Wat is Hatha Yoga
Waar traditie ademt in het nu
Wanneer we tegenwoordig aan Hatha Yoga denken, zien we misschien een rustige yogales voor ons: āsana’s die met aandacht worden opgebouwd en enige tijd worden aangehouden, bewust ademen, prāṇāyāma, meditatie en momenten van stilte.
Maar de Hatha Yoga die we vandaag beoefenen is het resultaat van een lange geschiedenis van ontwikkeling, ontmoeting en verandering.
Yoga is geen onveranderlijk systeem dat duizenden jaren geleden in zijn huidige vorm is ontstaan. Door de eeuwen heen zijn er verschillende yogatradities geweest, met verschillende ideeën over wat yoga is, welke methoden we gebruiken en wat het uiteindelijke doel van de beoefening is. Hatha Yoga is daar een prachtig voorbeeld van.
Wat betekent Haṭha?
Een veelgehoorde uitleg is dat ha ‘zon’ betekent en ṭha ‘maan’, en dat Hatha Yoga daarom staat voor het verenigen van tegengestelde krachten.
Het beeld van het samenbrengen van tegenstellingen komt inderdaad binnen yogatradities voor. Historisch gezien is het echter waarschijnlijk niet de oorspronkelijke betekenis van het woord haṭha.
Het Sanskrietwoord haṭha heeft betekenissen als kracht, dwang of krachtige inspanning. Haṭha Yoga kan daarom eerder worden begrepen als yoga door middel van krachtige methoden: een vorm van yoga waarin het lichaam, de adem en andere fysieke technieken bewust worden ingezet om transformatie teweeg te brengen.
Ook het woord yoga kent door de geschiedenis heen verschillende betekenissen. Het is verwant aan de Sanskrietwortel yuj: verbinden, samenvoegen of aanspannen. Het bekende voorbeeld is dat van paarden die voor een wagen worden gespannen: afzonderlijke krachten die worden samengebracht en richting krijgen. Een ander veel voorkomend voorbeeld is twee ossen verbinden aan een juk.
Later krijgt het begrip yoga steeds meer filosofische en spirituele betekenissen. Afhankelijk van de traditie kan yoga bijvoorbeeld verwijzen naar beheersing van de geest, bevrijding uit lijden, eenwording of het realiseren van de ware aard van bewustzijn. Er bestaat dus niet één definitie van yoga die voor iedere periode en iedere traditie hetzelfde is.
Het ontstaan van Haṭha Yoga
De geschiedenis van Haṭha Yoga is complexer dan het aanwijzen van één grondlegger of één moment waarop de traditie begon.
De term haṭhayoga komt al voor in vroege boeddhistische tantrische bronnen. Rond het begin van het tweede millennium ontstaan vervolgens systemen waarin fysieke yogatechnieken steeds duidelijker worden samengebracht. De Amṛtasiddhi, waarschijnlijk uit de elfde eeuw, is een belangrijke vroege tekst in deze ontwikkeling.
Haṭha Yoga groeide vervolgens verder binnen verschillende ascetische, boeddhistische, Śaiva en tantrische omgevingen. Ook de Nāth-traditie en figuren als Gorakṣanātha werden belangrijk voor de verdere ontwikkeling en overdracht ervan.
Het is daarom nauwkeuriger om Hatha Yoga niet te zien als de uitvinding van één leraar, maar als een traditie die zich gedurende eeuwen heeft ontwikkeld.
Een nieuwe rol voor het lichaam
Een van de fascinerende ontwikkelingen binnen Hatha Yoga is de rol van het fysieke lichaam.
Het lichaam is niet simpelweg iets wat de yogi moet negeren om zich met het ‘spirituele’ bezig te kunnen houden. Het lichaam zelf wordt een belangrijk instrument binnen de beoefening. Dat betekent niet dat het oorspronkelijke doel een mooi, sterk of flexibel lichaam was.
Historische beoefenaars hielden zich bezig met veel radicalere vragen: kunnen we onze levensenergie beheersen? Kunnen we de adem gebruiken om bewustzijn te beïnvloeden? Kunnen we de processen van het lichaam transformeren? Kunnen we kuṇḍalinī doen ontwaken? Kunnen we bindu of amṛta, de levenschenkende essentie of ‘nectar’ die in verschillende teksten wordt beschreven, behouden? En uiteindelijk: kunnen deze praktijken bijdragen aan bevrijding?
Het lichaam werd daarmee geen eindbestemming, maar een middel voor een veel groter onderzoek naar de aard van het bestaan. Hierin ligt een principe dat ook voor onze hedendaagse beoefening betekenisvol kan zijn:
om iets los te kunnen laten, moeten we het eerst leren kennen.
We onderzoeken het lichaam niet om er nog sterker mee geïdentificeerd te raken, maar om het beter te leren voelen en begrijpen.
Haṭha Yoga was veel meer dan āsana
Tegenwoordig wordt yoga in het Westen sterk geassocieerd met lichaamshoudingen. Wie historische teksten over Haṭha Yoga opent, komt echter in een heel andere wereld terecht.
De vroege fysieke yogabeoefening draaide in belangrijke mate om de adem en de subtiele processen van het lichaam. Prāṇāyāma, mudrā en technieken die later bandha worden genoemd, waren van groot belang.
We vinden praktijken gericht op het sturen van prāṇa, het beheersen van de adem, het behouden van vitale essenties en het werken met kuṇḍalinī. Daarnaast vinden we reinigingspraktijken, concentratie en meditatie. Āsana maakte hier onderdeel van uit, maar nog niet in de vorm waarin we die tegenwoordig kennen.
In vroege yogateksten betekent āsana vaak eenvoudigweg een zitpositie waarin zoals ademwerk en meditatie konden plaatsvinden. Gaandeweg verschijnen complexere en niet-zittende houdingen. Vanaf ongeveer de zeventiende eeuw zien we in yogateksten een sterke groei van het aantal beschreven āsana’s.
Onze moderne yogales met tientallen staande houdingen, achteroverbuigingen, twists en balansen is dus niet simpelweg dezelfde fysieke praktijk die yogi’s duizend jaar geleden beoefenden.
De Haṭhapradīpikā
Een van de invloedrijkste teksten uit de geschiedenis van Hatha Yoga is de Haṭhapradīpikā, samengesteld door Svātmārāma in de vroege vijftiende eeuw.
Svātmārāma creëerde niet vanuit het niets een nieuw yogasysteem. Hij bracht materiaal uit eerdere tradities en teksten samen en organiseerde dat tot een invloedrijke synthese van Haṭha Yoga.
De tekst behandelt onder andere āsana, prāṇāyāma, mudrā, bandha en samādhi.
Interessant is het verschil met Patañjali’s Yoga Sūtra. In Patañjali’s achtvoudige pad komen eerst yama en niyama en is āsana de derde stap. De Haṭhapradīpikā opent haar praktische onderricht juist met āsana.
Dat verschil laat iets belangrijks zien: er bestaat niet één universeel yogapad dat alle yogatradities op dezelfde manier hebben gevolgd.
Patañjali en Hatha Yoga
Binnen onze Hatha Yoga en de opleiding besteden we veel aandacht aan de Yoga Sūtra van Patañjali. Het is daarbij belangrijk om Patañjali’s yoga en historische Haṭha Yoga niet te behandelen alsof het oorspronkelijk één systeem was.
De Yoga Sūtra behoort tot een oudere yogatraditie. Daarin wordt yoga omschreven als citta-vṛtti-nirodhaḥ: het stilleggen van de bewegingen of veranderingen van de geest.
Patañjali beschrijft een achtvoudig pad van yama, niyama, āsana, prāṇāyāma, pratyāhāra, dhāraṇā, dhyāna en samādhi.
Latere yogatradities hebben ideeën en methoden uit verschillende systemen echter voortdurend met elkaar verbonden. Ook Haṭha en Rāja Yoga werden uiteindelijk nauw met elkaar verweven. Dat maakt yoga juist interessant om te bestuderen. We hoeven de verschillen niet weg te poetsen om verbinding te kunnen zien.
Van middeleeuwse Haṭha Yoga naar de moderne yogamat
Wanneer we vervolgens een grote sprong vooruit maken naar de negentiende en twintigste eeuw, verandert yoga opnieuw.
Yoga komt steeds intensiever in contact met moderne Indiase fysieke cultuur en met internationale bewegingen rond gymnastiek, gezondheid en lichamelijke opvoeding. In de twintigste eeuw krijgt āsana een veel prominentere plaats dan in veel eerdere yogasystemen.
Leraren en bewegingen in India én daarbuiten ontwikkelen nieuwe manieren om yoga te beoefenen en te onderwijzen. Via onder anderen Vivekananda, Yogananda en later leraren verbonden aan de lijn van Krishnamacharya krijgt yoga steeds meer internationale bekendheid. Uit deze ontwikkelingen ontstaat een groot deel van wat onderzoekers tegenwoordig modern postural yoga noemen.
De Hatha Yoga die we tegenwoordig in een yogastudio beoefenen is dus niet identiek aan de Haṭha Yoga van duizend of vijfhonderd jaar geleden. Maar ze staat er ook niet volledig los van. Adem, lichaam, aandacht, meditatie en het onderzoeken van onze ervaring zijn nog altijd met elkaar verbonden.
Hatha Yoga bij YogaZenter
Mijn eigen beoefening en manier van lesgeven zijn geworteld in Hatha Yoga.
Bij YogaZenter betekent Hatha Yoga een aandachtige beoefening waarin we de tijd nemen. Āsana’s worden rustig opgebouwd en onderzocht. Soms blijven we langer in een houding, soms verbinden we beweging en adem, bijvoorbeeld in Sūrya Namaskār.
Het doel is niet de perfecte vorm van een houding. Ieder lichaam is anders. Anatomie verschilt van mens tot mens en ook leeftijd, ervaring, energie en omstandigheden veranderen voortdurend. Daarom werken we met variaties, blokken, riemen, bolsters, dekens en andere ondersteuning. We passen niet de mens aan de āsana aan; we passen de āsana aan de mens aan.
We leren voelen wat er daadwerkelijk gebeurt. Hoe sta ik vandaag op mijn voeten? Waar ontstaat inspanning? Waar kan ik verzachten? Wat gebeurt er met mijn adem? Wat verandert er wanneer ik een houding aanpas? Kan ik waarnemen zonder onmiddellijk te oordelen?
Een eenvoudige houding die met volledige aandacht wordt beoefend kan daarmee een diepere yogabeoefening zijn dan een ingewikkelde houding die gedachteloos wordt uitgevoerd.
Āsana is maar een deel van de beoefening
Hoewel de fysieke beoefening een belangrijke plaats inneemt, houdt Hatha Yoga voor mij niet op bij āsana.
We werken met de adem en met prāṇāyāma. We beoefenen concentratie en meditatie. We bestuderen filosofie. We onderzoeken hoe wat we op de mat tegenkomen zich verhoudt tot ons dagelijks leven. En daarbij wil ik onderscheid blijven maken tussen verschillende soorten kennis.
Wat zegt een traditionele tekst?
Wat leert een bepaalde yogatraditie?
Wat ervaar ik zelf?
En wat kunnen we op basis van hedendaags wetenschappelijk onderzoek aannemelijk maken?
Die antwoorden hoeven niet hetzelfde te zijn.
Wanneer een traditionele yogatekst bijvoorbeeld spreekt over prāṇa, nāḍī’s of kuṇḍalinī, hoeven we deze begrippen niet als moderne anatomische of fysiologische feiten te presenteren om ze serieus te kunnen bestuderen. We kunnen onderzoeken wat ze binnen hun oorspronkelijke traditie betekenden én nieuwsgierig zijn naar onze eigen ervaring.
Andersom hoeft moderne wetenschap niet te bepalen of een eeuwenoude filosofische tekst voor ons betekenis kan hebben. Voor mij kunnen traditie, ervaring en wetenschap naast elkaar bestaan, zolang we duidelijk blijven over vanuit welk perspectief we spreken.
Geen perfecte houding
Daarom gaat mijn Hatha Yoga uiteindelijk niet over het beheersen van steeds moeilijkere houdingen. Het gaat over aandacht. Over het steeds beter leren kennen van het lichaam waarin we leven. Over het waarnemen van de adem. Over het herkennen van patronen. Over kracht én zachtheid. Inspanning én loslaten.
Abhyāsa en vairāgya.
Steeds opnieuw oefenen en tegelijkertijd leren loslaten. En misschien ligt daarin een mooie verbinding tussen de historische traditie en onze moderne beoefening. De methoden zijn door de eeuwen heen veranderd. Onze lichamen, cultuur en kennis zijn veranderd. Onze redenen om yoga te beoefenen kunnen anders zijn dan die van een middeleeuwse yogi. Maar de vraag achter de beoefening kan nog steeds verrassend actueel zijn:
Wat gebeurt er wanneer ik werkelijk aandacht geef aan mijn ervaring?
Een levende traditie
Yoga is geen museumstuk. Het is een levende traditie die door de eeuwen heen steeds opnieuw is geïnterpreteerd, beoefend en veranderd. Juist daarom vind ik het belangrijk om haar geschiedenis te kennen. Niet om terug te keren naar een vermeende ‘pure’ vorm van yoga. En ook niet om alles wat oud is automatisch als waarheid aan te nemen. Maar om beter te begrijpen waar onze huidige beoefening vandaan komt, welke ideeën we hebben geërfd en welke keuzes we vandaag zelf maken.
Dat is ook hoe we Hatha Yoga binnen onze docentenopleiding bestuderen: met respect voor de traditie, met aandacht voor historische bronnen, met kennis van het lichaam, met ruimte voor wetenschap en vooral met nieuwsgierigheid. Want uiteindelijk is yoga voor mij geen verzameling antwoorden. Het is een uitnodiging om te blijven beoefenen en onderzoeken.